Home » 6 | Nova, onze ster aan de hemel

6 | Nova, onze ster aan de hemel

21 november 2020

Langzaam maken de trots en het geluksgevoel dat ik ervaar sinds Nova’s geboorte plaats voor sluimerend verdriet. Of we nu willen of niet, het moment dat wij uit het ziekenhuis zullen vertrekken en haar achterlaten, komt dichterbij. Die realisatie doet verschrikkelijk veel pijn. Hoewel we bewust hebben gekozen haar niet mee te nemen naar huis voelt het zo onnatuurlijk. Je wil het liefst met je kindje naar huis. Maar, zo weten we, of het nu vandaag is of over een paar dagen: afscheid moeten we sowieso nemen. Hoe langer je daarmee wacht, hoe pijnlijker. Daar willen we de meisjes en onszelf tegen beschermen.

Nadat de fotografe vertrekt, zegt ook de verloskundige gedag. En dan zijn we ineens weer samen: Ro, ik en Nova. Ik kijk naar het meisje in mijn armen en zie dat haar gezichtje al langzaam begint te veranderen – een proces dat zich bij baby’s veel sneller voltrekt dan volwassenen. Toch kan ik haar niet loslaten. Ik houd haar stevig tegen me aan en knuffel nog maar eens. Meer kan ik niet doen.

Een klein halfuur later rijdt de verpleegkundige een speciaal ledikantje naar binnen, voorzien van een mechanische koeling. Net als bij volwassenen zal dit helpen haar zo mooi mogelijk te conserveren. Dan kunnen we haar komende week in het rouwcentrum in ons dorp ook nog eens bezoeken. De aanblik van het bedje is confronterend: onze andere dochters lagen in eenzelfde soort ledikantje, maar dan met twee kruikjes om ze warm te houden. Opnieuw dat intense verdriet dat me misselijk maakt. Als moeder voelt het als je taak om je kindje te beschermen. Dat dit bij Nova niet gelukt is, doet me meer pijn dan ik ooit kan omschrijven.

Terwijl de klok genadeloos doortikt, ontstaat vanzelf het gevoel om af te ronden. Na een laatste dikke knuffel en kus op haar kruintje leg ik haar in bed. Van een afstandje kijk ik naar haar, ongelooflijk. Nog steeds. Ze is helemaal af en lijkt zo op haar drie zussen, ondanks dat die eigenlijk geen van drieën op elkaar lijken. En haar gezichtje… onmiskenbaar haar vaders dominante genen! Ik sla elke vierkante millemeter van Nova in me op. Net zolang tot ik besef dat we haar nooit zullen zien opgroeien en de tranen opnieuw als een waterval over mijn gezicht stromen. Ro veegt ze weg en houdt me vast.

De verpleegkundige werkt intussen alsof ze betaalt krijgt per minuut. Ze gaat een paar keer ‘nog even’ iets pakken zodat we weg kunnen, waarna ze lang wegblijft. In eerste instantie omarmen we dat, omdat het ons nog even tijd geeft met Nova. Maar na verloop van tijd ontstaat er ergernis: door haar trage werktempo hebben we inmiddels al vijftien keer afscheid genomen van ons meisje – elke keer even verdrietig. Alsof je steeds weer een pleister van je wondje aftrekt. Pas wanneer Ro de auto gaat halen, komt er iets meer vaart in. Twintig minuten later heb ik eindelijk alle papieren die nodig zijn en is daar het aller- allerlaatste afscheid in het ziekenhuis.

Ik leg mijn hand nog een keer op haar buikje en zeg haar in gedachten gedag. Daarna draai ik me om en laat me in de rolstoel zakken. We vertrekken met lege armen. En terwijl mijn hart onbedaarlijk huilt, weet ik dat we hiermee de beste keus hebben gemaakt voor onze andere dochters. Nou ja, en als ik eerlijk ben waarschijnlijk ook voor onszelf. Afscheid nemen van een kindje dat mee naar huis gaat, lijkt me nog pijnlijker en moeilijker dan dit al is. Ik weet oprecht niet hoe ik daarmee zou moeten omgaan.

Het is 22.30 uur als we wegrijden bij het ziekenhuis, allebei met knorrende magen. Voor het eerst die dag. Surrealistischer kan bijna niet: een paar minuten later staan we in de McDrive en bestellen een hamburger met drinken. Op de parkeerplaats voel ik me een afschuwelijke moeder. Ik ben net bevallen, moeder van een overleden baby nota bene, en dan zit ik daar bij de Mac. Ergens balancerend tussen diepgeworteld schuldgevoel en enorme trek, werk ik mijn Big Tasty weg.

Toch is dit ook de plek dat ik mezelf in gedachten streng toespreek. Ja, het is verschrikkelijk, oneerlijk en wrang dat Nova niet meer leeft. Maar het leven draait door. Jezelf van alles ontzeggen uit schuldgevoel, maakt de pijn niet draaglijker. Dat maakt, hoe onwennig ook, dat ik mezelf kan vergeven voor het feit dat we hier staan en dat het leven om ons heen best normaal lijkt. Ondanks dat ik het liefst keihard uit het raam zou schreeuwen tegen die jongens verderop dat er niks meer is om te lachen, weet ik diep van binnen dat ik ook ooit weer wil kunnen leven.

Onderweg naar huis bespreken we de dag, vertellen elkaar hoe we het beleefden en wat we voelden. Samen concluderen we hoe bijzonder haar geboortedag eigenlijk is geworden, ondanks de omstandigheden. Hoe dankbaar we daarvoor zijn. Voor we de tunnel inrijden, valt me plots op hoe donker het eigenlijk buiten is. Ik pak Ro’s hand vast, we zien het allebei tegelijkertijd. Daar, vlak boven ons, straalt één felle ster.

Nova.

Uitgelichte afbeelding ©Soho A Studio – Shutterstock

Merel

Mijn naam is Merel. In 2020 verloren we ons dochtertje Nova na een voldragen zwangerschap. Mijn openhartige verhaal lees je via 'Lief Dagboek'. Oorverdovend Stil is er speciaal voor jou, als ouder van een stilgeboren kindje.

4 gedachten over “6 | Nova, onze ster aan de hemel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar boven